Hein Jordans
Hein Jordans (1914-2003) was chef-dirigent van
1-9-1949 tot 1-10-1979
Drs. A.B.M. Brans, voorzitter van het Provinciaal Genootschap
van Kunsten en Wetenschappen, interviewt chef-dirigent Hein Jordans
en directeur Jan Tendijck in de aanloop naar het derde lustrum van
Het Brabants Orkest, omstreeks 1965. Daarna zien we Hein Jordans
aan het werk met Het Brabants Orkest.
Van alle dirigenten die Het Brabants Orkest langere tijd
gedirigeerd hebben, is Hein Jordans misschien wel de belangrijkste.
Hij legde de onwrikbare fundering voor een orkest dat de provincie
van hoogstaande uitvoeringen van klassieke symfonische muziek moest
voorzien.
Jordans was niet de oprichter van Het Brabants Orkest, zoals nog
steeds wel eens abusievelijk vermeld wordt, hij was wel de eerste
chef-dirigent. Een man die dertig jaar lang aan het orkest
verbonden zou blijven. Vooral Karel Bouman, een van de grote
krachten achter de totstandkoming van het orkest, was een
belangrijk pleitbezorger voor de toen 35-jarige Jordans. 'Jordans
is een man van formaat', stelde hij in een bestuursvergadering in
juli 1949. 'Hij is jong en vitaal en een draufgängerstype, behalve
dirigent ook een instructeur.'
Jordans greep de mogelijkheid om uit de schaduw van 'keien' als
Kleiber, Walter, Klemperer en Van Beinum te stappen met beide
handen aan en begon in september 1949 met een lege zaal.

Een jong orkest
Negen maanden later was een dertigkoppig orkest rijp voor
het eerste publieke optreden. 'Dit jonge orkest belooft goed te
worden', schreef het Vrije Volk enthousiast en Jordans maakte de
belofte waar. Hij ontpopte zich tot een gedreven bouwer, die het
gezelschap met strakke hand leidde tot 'het beste regionale orkest
van Nederland'.
Ja, Jordans werd beschouwd als autoritair, maar ook als een man
die wist waar hij met het orkest naar toe wilde. In zijn periode
bij het Concertgebouworkest had hij vele premières geleid en ook
bij Het Brabants Orkest zette hij recent en minder toegankelijk
repertoire op het programma. Jordans kende de wetten van een
allround orkest en hield het repertoire breed. Alleen in de laatste
jaren van zijn 'levenslange' verbintenis concentreerde Jordans zich
steeds meer op het gekende repertoire en liet hij de partituren die
het orkest scherp konden houden aan gastdirigenten, die niet de
tijd en de invloed hadden om de musici wezenlijk te laten
groeien.
