
'Italiaanse' werken hebben hun charme
Isabelle van Keulen prachtig op de altviool
De enige overeenkomst tussen de vierde symfonie van
Mendelssohn en de symfonie voor altviool en orkest van
Berlioz is de inspiratiebron. Voor beide werken was dat Italië.
Hoewel de twee werken slechts een jaar na elkaar zijn geschreven,
in respectievelijk 1833 en 1834, laten ze een wereld van verschil
horen; Mendelssohn koos in zijn Italiaanse symfonie voor
de klassieke traditie, voor orde en regelmaat, Berlioz toonde zich
in Harald en Italie een muzikale ondernemer die nieuwe
paden betrad en risico's niet schuwde. Indertijd zal dat verschil
voor vóór- en tegenstanders hebben gezorgd, anno 2010 horen we twee
mooie werken die elk hun charme hebben. Mendelssohns charme ligt in
de vriendelijke, opgewekte lyriek, die bij Het Brabants Orkest
plezierig en onderhoudend spel opriep. Heel precies werd er niet
gespeeld, dirigent Oleg Caetani hield vooral de grote lijn in het
oog en liet de musici een heel eind hun eigen gang gaan. Harald uit
Harald en Italie is een romanfiguur van Lord Byron, die
met een hoofd vol melancholie door Italië dwaalt. Berlioz verbeeldt
hem in de altvioolsolo. Die solo werd prachtig gespeeld door
violiste Isabelle van Keulen, die op dat instrument veel beter tot
haar recht komt dan op de viool. Haar spel is voor de relatief
kwetsbare viool nog wel eens te gespierd, op de altviool,
die om meer speelkracht vraagt en meer kan hebben, was die
robuustheid juist mooi. Ze speelde fantasievol, puntgaaf en
expressief. Samen met het orkest maakte ze van Haralds belevenissen
een spannend avontuur. Harald en Italie is een baanbrekend
werk. De verwarrende ritmes, de spannende instrumentatie en de
verrassende dynamiek dagen uit en houden orkest én luisteraar
alert.
Het Brabants Orkest o.l.v. Oleg Caetani en met altvioliste
Isabelle van Keulen in werken van Mendelssohn en Berlioz. Gehoord:
29-10-2010 in Concertzaal Tilburg.
Door Marjolijn Sengers voor Het Eindhovens Dagblad
Terug naar het overzicht